Profijt en ongelijkheid

Profijt en ongelijkheid

De coronamaatregelen worden steeds verder versoepeld. Stilgevallen economieën snakten naar meer perspectief en worden weer langzaam tot leven gewekt. Beurskoersen kijken vooruit en zijn zodoende alweer voor een deel hersteld van de dramatische koersdalingen.

Toch geldt zeker niet voor iedereen dat alles weer wordt zoals het pre-corona was. Voor sommige sectoren zijn de aanpassingen groter dan voor andere. De explosief gestegen werkloosheid in de Verenigde Staten en de grote schaal waarop in Europa sociale vangnetten hun rol vervullen, geven aan dat er nog heel wat werk aan de winkel is, voordat iedereen de coronaklap te boven zal zijn.

De sociale stelsels in Europa bieden nu bescherming, maar vormen tegelijkertijd een gevaar dat mensen blijven hangen in banen die onrendabel blijken. In de Verenigde Staten is de bescherming voor werknemers veel beperkter. Daardoor worden mensen sneller gedwongen iets te gaan doen om voor de broodnodige hamburger op de plank te zorgen. Die dynamiek kan ervoor zorgen dat het herstel in de Verenigde Staten, net zoals na de kredietcrisis, sneller verloopt dan in Europa. Op de beurzen is in ieder geval al sprake van een divergerende dynamiek.

Amerikaanse beursindices hebben een veel groter deel van de verliezen goedgemaakt dan de Europese evenknieën. De reden hiervoor zit hem in de samenstelling van de beursindices. De Europese beurzen zijn gevoeliger voor de economische ontwikkelingen dan die in de Verenigde Staten. De grootste sector in de Duitse DAX Index is bijvoorbeeld de conjunctuurgevoelige chemiesector (15%). De automobielsector beslaat 8% van die index. De bekende Amerikaanse beursgraadmeter S&P 500 bestaat voor een groot deel uit technologiereuzen. Alleen al Amazon, Apple, Facebook, Google en Microsoft zijn samen goed voor 21% van de waarde van de index. Deze ondernemingen hebben relatief weinig last van de beperkende maatregelen ter bestrijding van het coronavirus. Sterker nog, ze profiteren ervan. De aandelen van deze ondernemingen staan dit jaar dan ook in de plus. Amazon (+36%) en Microsoft (+20%) springen eruit. Het online bestellen van boodschappen (Amazon) en thuiswerken (Microsoft clouddiensten) namen namelijk een vlucht.

Dankzij deze technologiereuzen is het verlies op de S&P 500 Index dit jaar teruggelopen van circa -30%, naar -7%, gemeten in euro. De index met de 600 grootste Europese beursgenoteerde ondernemingen staat, na het dieptepunt van -33%, nog steeds op een min van zo’n 18%.

Stel dat, niet zoals gebruikelijk, de beurswaarde het gewicht in de index zou bepalen, maar dat alle aandelen hetzelfde gewicht in de index hebben. In Europa maakt dit weinig uit. In de Verenigde Staten zou zo’n index echter op -16% staan. De ongelijkheid in de Verenigde Staten is dus niet alleen op sociaal vlak groter dan in Europa, maar ook op de beurs.

Toegegeven, wij maken ons best zorgen over de toenemende sociale ongelijkheid en de langdurige gevolgen van de coronacrisis voor bepaalde beroepsgroepen. De verschillen op de beurs daarentegen boden en bieden ons kansen. Dankzij de overweging van Amerikaanse aandelen in de door ons beheerde portefeuilles hebben wij van deze ongelijkheid geprofiteerd.

Op het moment dat het economisch herstel breder gedragen wordt, zal de ongelijkheid op de beurs afnemen. Wij beramen ons dan nu ook al over hoe we de accenten in de portefeuille kunnen verschuiven naar landen en sectoren die daar van zullen profiteren. Vanzelfsprekend hebben we daarbij ook oog voor ‘oude’ risico’s die het herstel kunnen verstoren, zoals de (handels)vete tussen China en de Verenigde Staten.

Naar marktontwikkelingen overzicht