Strategiebrief Juli

0afbeaf90fcec6cd745a3a9edfd57857

“Kenmerkend voor de publieke opinie is dat het er altijd maar één is”

- Renate Rubinstein

Aan de eerste zes maanden van 2022 zal in toekomstige geschiedenisboeken nog vaak gerefereerd worden. De Russische oorlogsverklaring aan Oekraïne heeft al voor veel leed gezorgd en zal nog lang haar sporen nalaten. De reeds hoge inflatie kreeg als gevolg van de oorlog een impuls; energie en voedselprijzen rezen de pan uit. Om die hoge inflatie af remmen, zijn centrale banken gedwongen een einde te maken aan het gratis geld tijdperk. Die kentering in beleid heeft grote gevolgen voor zowel de aandelen- als de obligatiemarkt. In Grafiek 1 zijn de rendementen op zowel aandelen als obligaties te zien. Doorgaans bieden (staats)obligaties dekking in onzekere tijden, maar de negatieve aanvangsrendementen die deze beleggingscategorie tot voor een half jaar kenmerkten, boden geen bescherming. Onze Optimale Mix kon zich niet onttrekken aan de malheur, maar deed het relatief gezien wel goed. Met een min van 9,1% presteerde onze huisportefeuille beter dan het marktgemiddelde. In het vervolg van deze Strategiebrief leest u daar meer over. In tegenstelling tot voetballers, die even op adem kunnen komen na de eerste helft, wordt de financiële markten geen rust gegund. De tweede helft is als u dit leest al begonnen. De economische en geopolitieke ontwikkelingen zullen elkaar ook de komende zes maanden in rap tempo opvolgen. We zullen ons licht laten schijnen over de door ons verwachte beleggingsimplicaties.

De tussenstand na de eerste helft

In Tabel 1 zijn de rendementen op enkele bekende beleggingsgraadmeters af te lezen. Aan het einde van het eerste kwartaal stonden in deze welbekende tabel enkel goud en olie op een positief rendement. Ook nu is dat het geval. De verliezen op de overige beleggingsgraadmeters zijn verder opgelopen.

Al het hele jaar is de inflatie in de Verenigde Staten en de eurozone hardnekkig hoog. Het laatste gepubliceerde cijfer was zowel in de eurozone (juni) als in de Verenigde Staten (mei) 8,6%. Centrale banken hebben daardoor in sneltreinvaart de aandacht verplaatst van het stimuleren van de economische groei naar het terugdringen van inflatie. Dat doen de Federal Reserve en de ECB door de beleidsrente te verhogen en door minder obligaties op te kopen. Beleggers verlangen gelijktijdig een hoger aanvangsrendement om uitholling van de koopkracht van hun vermogen tegen te gaan. Dientengevolge kijken zij kritischer naar de verwachte opbrengsten van aandelen- en obligatiebeleggingen. Obligaties met negatieve aanvangsrendementen slaagden niet voor die toets en werden verkocht met koersdalingen tot gevolg. Wij hebben weinig staatsobligaties in portefeuille en ondervonden daardoor relatief minder hinder van de storm op de obligatiemarkt. Wel hebben wij voor inflatie geïndexeerde staatsleningen in de door ons beheerde mandaten, deze boden bescherming tegen de hoge geldontwaarding. Ook goud vervult die rol met verve. Opvallend is verder het verschil in dollar- en eurorendement. De Federal Reserve loopt voor op de ECB qua renteverhogingen, waardoor de dollar aan kracht won en dollarbeleggingen een aantrekkelijker rendement behaalden dan eurobeleggingen.

Aandelen van ondernemingen die geen of nauwelijks winst maken, vorig jaar nog bijzonder populair onder speculanten, werden en masse van de hand gedaan. De voorkeur van beleggers is verschoven naar ondernemingen die een stabiele winst maken en in staat zijn de gestegen kosten door te berekenen. De rendementsverschillen tussen de verschillende sectoren zijn dit jaar bijzonder groot, zie Grafiek 2. De energiesector profiteert ten volle van de gestegen olie- en gasprijzen als gevolg van de sancties tegen Rusland. De groeiambities van de informatietechnologiesector worden door een hogere kapitaalmarktrente juist beperkt. In onze huisfondsen en binnen de door ons beheerde portefeuilles hadden wij een voorkeur voor de energie-, mijnbouw- en nutssector, terwijl de informatietechnologie en bankensector een lager gewicht hadden. Deze sectorale voorkeur droeg bij aan het goede relatieve resultaat in de eerste jaarhelft.

Vooruitkijken

Doorgewinterde beleggers weten dat beleggen een zaak van lange adem is. Goldman Sachs bracht dit mooi in kaart. Zij keken naar de rendementen op de Amerikaanse S&P 500 Index in de periode 1969-2021. Als een belegger op een willekeurige dag in- en uitstapte, leverde dat in 54% van de gevallen een positief rendement op. Door de beleggingshorizon te verlengen, nam die kans toe. In Grafiek 3 is te zien dat een lange adem loont. Tussen 1969 en 2021 was er geen enkele periode van 15 jaar waarin een belegging in de Amerikaanse S&P 500 Index een negatief rendement opleverde. Dat geeft de burger en belegger in deze onzekere tijden moed!

Goede moed kunnen we wel gebruiken, want de geopolitieke en economische onzekerheid zal voorlopig niet afnemen. Centrale banken zijn vastbesloten de inflatie de kop in te drukken. Het is dus nog niet gedaan met de verhogingen van beleidsrentes en de balans afbouw. Jerome Powell gaf onlangs in een verklaring voor het Congres van de Verenigde Staten toe dat dit restrictieve monetaire beleid tot een recessie zou kunnen leiden. Deze recessieangst zal de financiële markten voorlopig nog wel even in haar greep kunnen houden, is onze verwachting.

Ondernemingen en consumenten hebben vooralsnog redelijk wat vet op de botten. De hogere financieringslasten en de hogere prijzen voor goederen en diensten kunnen voorlopig nog wel opgebracht worden. Wij verwachten echter, net zoals Powell, dat later dit jaar de kans op een verdere vertraging van de economische groei toeneemt. Met de ruim toegenomen aanvangsrendementen op staatsobligaties, biedt deze beleggingscategorie dan mogelijk wel weer bescherming in onzekere tijden. Nadat wij in de eerste jaarhelft al een Amerikaanse staatslening toevoegden, zullen wij de komende maanden waarschijnlijk dus geleidelijk meer vastrentende waarden in de door ons beheerde portefeuilles opnemen. Wij gaan er van uit dat de inflatoire druk later dit jaar iets zal afnemen. Dat is voor centrale banken dan de aanleiding om minder hard op de monetaire rem te trappen. Timing is een van de lastigste facetten van het beleggingsvak, meestal lopen de markten vooruit op het monetaire beleid. Nu het sentiment in de eerste jaarhelft zo is verslechterd, neemt naar onze mening de kans op een ‘opluchtingsrally’ toe. Wij volgen de ontwikkelingen op de voet en zullen uw portefeuilles door deze turbulente tijden loodsen om op de lange termijn een aantrekkelijk rendement te oogsten!

Naar marktontwikkelingen overzicht