Optimix EuroRente Fonds

Vastrentend fonds

  • Koers: € 24,72
  • Intrinsieke waarde: € 24,70

Algemene gegevens

Optimix EuroRente Fonds belegt in obligaties die luiden in euro of in de nationale valuta van de EMU-landen zoals die voor de invoering van de euro golden. De portefeuille bestaat uit obligaties die een kredietwaardigheidsoordeel van tenminste Baa volgens Moody's en/of BBB- volgens Standard & Poor's hebben. Maximaal 10% van de vastrentende waarden in portfeuille mag geen kwalificatie van Moody's of Standard & Poor's hebben. Bovendien bestaat minimaal 50% van de portefeuille uit vastrentende waarden uitgegeven door staats- of staatsgegarandeerde emittenten. Dit fonds is ook geschikt voor niet-professionele beleggers.

Zelf beleggen in Optimix EuroRente Fonds

Herbert Vroon

Herbert Vroon

Senior Portefeuillebeheerder

Diemer de Vries, RBA

Diemer de Vries, RBA

Senior Portefeuillebeheerder

  1. Datum oprichting: 03-01-2000
  2. Valuta: Euro
  3. Maximale op/afslag: 0,10%
  4. Lopende kosten (2025): 0,72%
  5. Beheerkosten: 0,48%
  6. Bloomberg ticker: OPERF NA
  1. ISIN Code: NL0010558805
  2. Benchmark: 75% ML € Govt / 25% ML € Corp
  3. Performance fee: n.v.t.
  4. Hurdle rate: n.v.t.
  5. Dividend: EUR 0,09 (2026)
  6. Ex. datum: 2026-06-18

Fonds update september 2026

De koers van Optimix EuroRente Fonds daalde afgelopen maand met 1,5%*. Daarmee presteerde het fonds beter dan de samengestelde referentie-index die met 1,7% daalde. Centrale banken wereldwijd verhoogden afgelopen maand hun beleidsrentes in reactie op de aanhoudende inflatiedruk en een nog altijd sterker dan verwachte economie. De ECB verhoogde de depositorente voor de tweede keer dit jaar, van 2,25% naar 2,50%. De Federal Reserve verhoogde voor het eerst in drie jaar de beleidsrente met 25 basispunten naar een bandbreedte van 3,75% tot 4%. Daarnaast zijn ook de verwachtingen over het toekomstige rentebeleid veranderd. Waar financiële markten aan het begin van de maand nog uitgingen van twee renteverhogingen door de ECB tot eind 2027, wordt inmiddels rekening gehouden met vier renteverhogingen. De renteverhogingen en de opwaarts bijgestelde verwachtingen over het toekomstige renteverloop zijn ook terug te zien in de kapitaalmarktrentes. Het aanvangsrendement op een 2-jarige Nederlandse staatsobligatie steeg 40 basispunten naar 3,26%. Ook de lange rentes liepen op, zij het minder sterk. Het aanvangsrendement op een 10-jarige Nederlandse staatsobligatie steeg 35 basispunten. Door de lagere gemiddelde looptijd in vergelijking met de samengestelde referentie-index was de portefeuille minder gevoelig voor de oplopende rente. Dit werd echter deels teniet gedaan door de sterkere stijging van de korte rentes. De positieve relatieve performance in de afgelopen maand kwam verder onder meer voort uit de positie in de achtergestelde obligatie van Aegon. Bij deze obligatie wordt de rente elk kwartaal opnieuw vastgesteld op basis van het gemiddelde effectieve rendement van Nederlandse staatsobligaties met een looptijd van 9 tot 10 jaar. Omdat de rente van de obligatie variabel is, reageert de koers minder heftig op rentebewegingen dan obligaties met een vaste rente. Gedurende de verslagmaand zijn de aanwezige liquiditeiten en een aflossing van een door Deutsche Börse uitgegeven obligatie belegd in een door Parker-Hannifin, een fabrikant van bewegings- en besturingstechnologieën, uitgegeven obligatie die in maart 2030 aflost en een door Alphabet uitgegeven obligatie die in november 2031 aflost.

Onepagers

Kalender

U kunt meer informatie vinden over het product, de kosten en de risico’s in het prospectus en het Essentiële-informatiedocument. Lees ze goed door voordat u het product koopt.

Duurzaamheidsrisico’s

Bij het selecteren van de beleggingen wordt rekening gehouden met duurzaamheidsrisico’s. De definitie van duurzaamheidsrisico is een gebeurtenis of omstandigheid op ecologisch, sociaal of governancegebied die, indien ze zich voordoet, een werkelijk of mogelijk wezenlijk negatief effect op de waarde van de belegging kan veroorzaken. Om de blootstelling naar duurzaamheidsrisico te beperken, belegt het Fonds niet direct in financiële instrumenten van ondernemingen die strijdig handelen met de UN Global Compact Principles. De UN Global Compact Principles zijn opgesteld door Verenigde Naties en gelden als richtlijnen voor goed bestuur op het punt van mensenrechten, arbeidsomstandigheden, corruptiebestrijding en het milieu. Mocht vastgesteld worden dat een onderneming waarin reeds belegd wordt, strijdig handelt met de UN Global Compact Principles dan zal deze belegging worden verkocht. De Beheerder is van oordeel dat het uitsluiten van financiële instrumenten van ondernemingen die strijdig handelen met de UN Global Compact Principles een positieve bijdrage zal leveren aan het rendement van het Fonds op de lange termijn door de ondernemingen die de grootste duurzaamheidsrisico’s lopen op het gebied van mensenrechten, arbeidsomstandigheden, corruptiebestrijding en het milieu te vermijden. Door de grote omvang van het beleggingsuniversum van het Fonds heeft het uitsluiten van dergelijk ondernemingen geen wezenlijke negatieve uitwerking op de keuze vrijheid van de Beheerder.

Ecologische en/of sociale kenmerken

Aansluitend op het EU Action Plan for Financing Sustainable Growth streeft de Beheerder er naar bepaalde ecologische en sociale kenmerken te promoten doordat het Fonds belegt in financiële instrumenten van ondernemingen die de algemeen geldende praktijken van goed bestuur volgen. De kenmerken die het Fonds wil promoten zijn mensenrechten, goede arbeidsomstandigheden, milieu en anticorruptie. Dit wordt bewerkstelligd door niet te direct te beleggen in financiële instrumenten van ondernemingen die praktijken van goed bestuur binnen hun bedrijfstak niet naleven en/of met hun bedrijfsvoering een sterk negatieve uitwerking hebben op het streven naar het vergroten c.q. verbeteren van mensenrechten, goede arbeidsomstandigheden, milieu en anticorruptie.

Het fonds houdt rekening met nadelige effecten op duurzaamheidsfactoren bij het nemen van haar beleggingsbeslissingen. De Beheerder ziet broeikasgasemissies, CO2-voetafdruk, broeikasgasintensiteit, blootstelling naar fossiele brandstofsector, consumptie en productie van niet-hernieuwbare energie, intensiteit energieverbruik, invloed op biodiversiteit, emissies naar water, watergebruik en recycling, schadelijk afval, overtredingen en monitoring van OESO-richtlijnen en UN Global Compact principes, loonkloof, genderdiversiteit bestuurders, controversiële wapens, anti-corruptiebeleid en sociale schendingen als de belangrijkste indicatoren van nadelige effecten op duurzaamheidsfactoren.

Om invulling te geven aan dit uitsluitingsprincipe en het meten van duurzaamheidsfactoren maakt de Beheerder gebruik van duurzaamheidsresearch van externe onderzoeksbureaus Sustainalytics en Clarity AI.