Amsterdam, oktober 2026
Dit is marketing materiaal
“Nothing is more difficult than the art of maneuvering for advantageous positions”
Sun Tzu
Driekwart van het jaar zit erop en ondanks alle onrust in de wereld staan beurzen wereldwijd niet ver van hun hoogtepunten. In het derde kwartaal stegen energieprijzen en nam de inflatie verder toe, overheidstekorten kwamen onder een vergrootglas te liggen en de obligatiemarkt stond onder druk. De economische groei is echter stabiel en macro-economische indicatoren duiden op een verder aantrekkende economie in de komende maanden. Het economische groeiplaatje en de erg goede winstcijfers zorgden ervoor dat de aandelenmarkt zich weinig aantrok van de onrust op de obligatiemarkt. In het vervolg van deze Strategiebrief staan we stil bij de marktontwikkelingen en bij de vraag of de gestegen kapitaalmarktrente kansen biedt om meer in obligaties te beleggen.
Voor de trouwe lezer komt Grafiek 1 bekend voor. Het gebeurt zelden dat we in twee achtereenvolgende Strategiebrieven precies dezelfde grafiek plaatsen, maar de ontwikkelingen op de obligatiemarkt rechtvaardigen dat deze keer. Obligaties waren de afgelopen drie maanden nogal uit de gratie, waardoor de kapitaalmarktrente steeg. In de Verenigde Staten steeg het aanvangsrendement op een staatsobligatie met een looptijd van tien jaar zelfs tot 5,33%, het hoogste niveau sinds 2002. In Frankrijk werd de 5%-grens (vooralsnog) net niet gebroken, maar ook daar werd de hoogste stand in 24 jaar bereikt. De rente op staatsobligaties in Nederland steeg eveneens, maar minder hard dan in de andere landen die in de grafiek zijn afgebeeld. Nederland heeft een lagere staatsschuld en een lager begrotingstekort dan de Verenigde Staten, Japan en Frankrijk. In Grafiek 2 is te zien dat het verschil tussen de rente op Franse en Nederlandse staatsleningen fors toenam in september.
De politieke onwil om plannen te maken voor het terugdringen van begrotingstekorten droeg met name in Frankrijk een steentje bij aan de oplopende kapitaalmarktrente. Er is echter niet één specifieke reden aan te wijzen voor de onzekerheid op de obligatiemarkt. Het gaat om een combinatie van factoren. Gestegen energieprijzen zorgden ervoor dat de inflatiecijfers opliepen. Over het gehele derde kwartaal bezien steeg de prijs van een vat ruwe Brent-olie met 43%, gemeten in euro. De aantrekkende economische groei vergroot de vraag naar risicodragend kapitaal, met name vanuit de kunstmatige intelligentiesector waar miljardeninvesteringen gepland zijn. De stijgende kapitaalvraag rechtvaardigt een hogere risicopremie voor vastrentende waarden en daarmee een hogere kapitaalmarktrente.
In de door ons beheerde portefeuilles is de rentegevoeligheid laag. Oftewel, er wordt relatief weinig in obligaties belegd, waardoor de hinder van dalende obligatiekoersen beperkt is. Al geruime tijd hebben wij een voorkeur voor alternatieve beleggingen, zoals hedge funds. Deze alternatieven vervullen hun rol met verve en staan dit jaar, in tegenstelling tot obligaties, wel in de plus. Nu de kapitaalmarktrente oploopt, wordt ook de vraag actueel wanneer obligaties weer aantrekkelijk genoeg zijn om in een goed gespreide portefeuille opgenomen te worden. Om deze afweging te maken kijken wij niet alleen naar het obligatierendement, maar nemen wij ook de gehele marktdynamiek in ogenschouw. Wat is bijvoorbeeld het winstrendement op aandelen? De verhouding tussen het winstrendement op aandelen en het obligatierendement is weergegeven in Grafiek 3. Hierin is te zien dat obligaties in de Verenigde Staten relatief aantrekkelijk zijn ten opzichte van aandelen. Aangetekend moet worden dat buitenlandse beleggers wel een valutarisico op de dollar lopen. Voor Amerikaanse beleggers vormen obligaties daarentegen een mooie toevoeging aan de beleggingsportefeuille.
In Europa en Japan zijn aandelen ten opzichte van de Verenigde Staten goedkoper en de kapitaalmarktrentes zijn lager. Dat vertaalt zich in een hoger winstrendement dat bovendien flink boven het obligatierendement ligt. De afweging om obligaties toe te voegen aan de door ons beheerde portefeuilles kunnen wij niet maken zonder ook de aandelenmarkt te beoordelen. Op basis van de huidige winst- en inflatiedynamiek vinden wij aandelen nog steeds aantrekkelijker dan (Europese) obligaties. De reden dat aandelen het dit jaar goed doen ondanks geopolitieke spanningen, oplopende inflatie en een stijgende kapitaalmarktrente is de sterke winstontwikkeling (zie Grafiek 4). Ook de winstcijfers over het derde kwartaal zijn naar verwachting uitstekend.
Vooruitzichten
Wij verwachten dat de spanningen rondom Iran en Oekraïne voorlopig voor hoge energieprijzen blijven zorgen. Ook wordt de graanexport vanuit Oekraïne door Rusland onmogelijk gemaakt. Samen met het weerfenomeen El Niño zorgt dit voor opwaartse druk op voedselprijzen. Voor het terugdringen van overheidsbegrotingstekorten verwachten wij op korte termijn geen daadkracht. Waarschijnlijker is dat de obligatierentes verder stijgen totdat het water regeringen zo hoog aan de lippen staat dat hervormingen niet kunnen uitblijven. Zover zijn we nog niet.
Ondanks het bovenstaande draait de economie als geheel goed door en zijn de verwachtingen voor de bedrijfswinsten uitstekend. Wij blijven ons dan ook comfortabel voelen bij een neutrale aandelenweging, een onderwogen positie in obligaties en diversificatie dankzij de nodige alternatieve beleggingen.
De stijgende kapitaalmarktrente biedt naar onze mening nu nog geen aantrekkelijk instapniveau in obligaties, maar dat moment komt wel naderbij.
Ontwikkelingen Optimix Maatwerk
Wij hebben een positie genomen in de VanEck Gold Miners ETF. Na de correcties dit jaar in goud, zilver en de goudmijnbouwersector van respectievelijk -30%, -55% en -40%, en daarmee een volledige reset van het voorheen euforische sentiment, zien wij een mooi instapmoment. Ditmaal kiezen wij voor een positie in goudmijnbouw. De gemiddelde ‘all-in cost of production’ voor de sector is circa $1.700. Wij verwachten dat de goudprijs weer zal stijgen vanaf $4.000 per troy ounce. De sector realiseert zeer hoge marges en genereert sterke kasstromen. De balansen van de goudmijnbouwbedrijven zijn sterk en de schuldniveaus zijn laag. Het risico op overinvesteringen, zoals die historisch nogal eens voorkwamen, is relatief laag. Daar zijn twee redenen voor. Ten eerste zien aandeelhouders streng toe op prudent bedrijfsbeleid, het rendement op het geïnvesteerde vermogen en op de vrije kasstromen. Ten tweede zijn er simpelweg geen grote nieuwe goudvondsten bekend waarop de sector als geheel zich kan vergalopperen. Ook kennen de goudmijnbouwers historisch gezien hun beste rendementen als de bullmarkt voorbij de beginfase is.
Let op: het betreft in het verleden behaalde resultaten. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.